Column
Op deze pagina publiceert Ingeborg afwisselende columns, meestal gebaseerd op haar leven als schrijfster en moeder van vier kinderen.
Ons Twente
Met de jaren beseffen we steeds meer hoe luxe we het eigenlijk hebben. We zijn over het algemeen gezond van lijf en leden en de opa’s en oma’s genieten allemaal nog volop mee van hun kleinkinderen. We hebben goede banen en zijn hierdoor in de luxe positie om onze kinderen de meest prachtige plekjes op aarde te kunnen laten zien. Maar we wonen ook nog eens op een prachtige plek. Dat besefte ik onlangs voor de zoveelste keer weer toen we ons rondje door het park maakten. Alleen dat al, ons huis biedt uitzicht op het monumentale Van Heekpark waar we urenlang heerlijk kunnen wandelen, met in de voortuin een paar fraaie tennisbanen waarvan wij ook nog eens de sleutel beheren. Een tennisvereniging waar we met zijn allen lid van zijn, maar waarvan het gravel voor ons wordt onderhouden. Kun je het nog beter krijgen? Alleen dat al maakt dat we nooit meer uit dit mooiste straatje van Enschede weg willen. En dan de ontelbare mogelijkheden om nog veel meer te sporten en te bewegen in dit park waar eens de legendarische voetbalheld Abe Lenstra vanuit zijn woonhuis naast het onze aan de overkant van de straat zijn prestaties liet zien bij de Enschedese Boys. Daar waar de tribune is verdwenen en de overgebleven fantastische grasmat sinds jaar en dag het ideale trapveld voor onze jongens is. En alle andere kinderen uit de buurt.
Niet veel verder ligt de sintelbaan waar ik in dappere tijden rondjes en rondjes ren. Manlief rent dan veel verder, rechtsaf langs de Roombeek, onder een van de weinige berceaus die Nederland rijk is, door; een overdekt loofpad waaronder adellijke dames ooit schaduw zochten om zich tegen de zon te beschermen en geen lelijke bruine kleur op hun melkwitte gezichtjes te krijgen. Na de bercau kom je bij de enorme kastanjeboom waar heel wat emmers kastanjes geraapt zijn en waar onze hond in de vijver een nat pak haalde op warme dagen. Het geluid van de klaterende fontein is rustgevend en een ware trekpleister voor jonge verliefde stelletjes. Nog iets verderop beheren mensen met een verstandelijke beperking het theehuis waar de meest verrukkelijke appeltaart wordt gebakken die je maar kunt bedenken en die steevast wordt geserveerd op de verjaardagen van Gijs. ‘Minstens zo lekker als die van jou mam!’ Met onze ‘leasehond’ steek ik daarna altijd door naar het andere park waar de manege is en de paarden iedere keer weer nieuwsgierig opkijken als je voorbij loopt. De boerderij aan het eind links is een van de weinige huizen waarvoor ik mijn eigen stekje zou willen opgeven. Geweldig! En dan ontvouwt het bos zich en sta je opeens voor een enorm tarweveld dat in de avondzon helemaal een plaatje is. Het los hoes aan het eind van dit veld wordt in die late Twentse avonden gebruikt als basis voor de roep van de midwinterhoorn. Als het windstil is hoor je de zware blaasklanken bij ons in de achtertuin. Maar ook het gejuich van voetbalfans na een goal in het FC Twente stadion is bij ons te horen. Soms lopen we nog verder over kleine paadjes met her en der een verlaten boerderij in een nog mooier Twents landschap.
En als we dan – soms – uren later met vrienden, kinderen en sleetjes of fietsjes via het hockeyveld en het golfveld weer langzamerhand terugkeren in de bewoonde wereld, dan weten we allemaal weer hoe bevoorrecht we zijn dat ons wiegje op deze plek op aarde heeft gestaan. Het feit dat we Tukkers zijn en ons thuis staat onder de rook van Twentse boegbeelden als de Grolsch Veste en de Grolsche Bierbrouwerij maakt ons gepast trots.
Nee, héél trots.
En gelukkig.
IK/juli 2011